James Cook was een Brits ontdekkingsreiziger, cartograaf en marineofficier die vooral bekend staat om zijn expedities naar Oceanië in de 18e eeuw. Hij maakte drie grote reizen rondom het zuidpoolcirkel dat ongeveer een derde van https://captain-cooks.nl/ de wereldzeeën onderzocht, waarvan tweemaal oversteek van de Atlantische tot aan de Grote Oceaan en vice versa.
Biografie
James Cook werd op 7 november 1728 in Marton-in-Cleveland (Noord Yorkshire) geboren als zoon van James en Grizel Cook. Zijn vader was een landbouwer, maar hij overleed al snel nadat zijn kinderen waren geboren. Na de dood van zijn eerste echtgenote ging zijn moeder opnieuw trouwen met William Sanderson; toen James 16 jaar oud was verhuisde het gezin naar hun nieuwe thuis in Ayton.
Aanvankelijk wilde Cook koopman worden, maar hij trad uiteindelijk in dienst van de Britse marine bij de leeftijd van zeventien. Hij kreeg zijn officiersopleiding onder auspiciën van Sir George Rodney’s vlaggenkapitein (later vice-admiraal) Robert Boothby.
De eerste reis
In 1768 stuurde de British Royal Society, geleid door Alexander Dalrymple en anderen, een missie naar het zuiden om opzoek te gaan naar Terra Australisa, die volgens cartografische bronnen een onbekende eilandengroep was. Zijn aanvullende instructies hield in dat hij de toen nog verre zeestrand mocht bezoeken en nieuwe gegevens voor kaartbeschrijving van handelen.
Zowel James Cook als William Wales namen op 27 oktober 1768 zee over om een onbekend doel te bereiken, naar later aangetoond zou het westelijk gedeelte van Tasmanië worden. Na drie dagen voeren ze de haven van Stingaree Bay in. Deze kleine vloedarmen heeft slechts 15 meter diepte en lag na verloop van tijd uitgraven om een reusachtig schip te laten instorten (het “Tasmanische wrak”), waarbij ze bijna tot zinken waren gebracht.
Op hun terugtocht werd er op de haven Dampier Harbour langs gegaan, ongeveer 7 km ten oosten van het noordelijke punt. Van daaruit werden alle schepen gemeld verloren te zijn, maar later bleek dit niet waar te zijn.
Tijdens een korte landdaag ging James Cook met George Vancouver en anderen langs de zuidelijke rand van Mount Farnell voor om 17 jaar eerder getrokken kaartdetails aan te passen. Hij verkende eveneens het kleine zeerichtingshuis, dat vermoedelijk door Aborigines werd gebruikt.
De tweede reis
Cook kreeg opnieuw instructies van de Royal Society en kon nu gebruik maken van zijn ervaring uit 1768-1771 om in drie jaren Oceanië te verkennen. Het doel was een route over het westen door te trekken tot aan India.
De eerste stop ging in dat geval opnieuw naar de kleine baai Stingaree, dit keer vanuit zee gekomen en niet via een landdaag. Hier bleef men drie dagen voor zichzelf beschikbaar. Cook nam ongeveer twaalf dagboekbladen bij met onder meer een boodschap die hij op 15 mei zond naar de haven, waarin hij een verhaal geeft van het voorkomen in deze regio.
Op hun retourreis stopten ze bij “Tasmanische Kust”, dat Cook als “Kanaaleilanden” omschreef. Hierna ging men via Tasmanië noordwaarts, met als gevolg de ontmoeting van een aantal grotere kustplaatsen die later bekend werden als Victoria.
Het zuidelijk punt lag in de buurt van de nu “Hinchinbrook Head” genoemde plek. Zijn navigatie verliep niet op schema: door te hoge wind werd de bestuursstok losgerukt en stond men zonder navigatieve behulpzaamheden tijdelijk.
Vervolgens werden bij een korte landdaag de gegevens voor kaartbeschrijving van handelen bekeken, waarna het doel geblokkeerd was. Cook had op vertrouwen zijn instructies maar weinig voldoende om aan die instructies te voldoen.
De derde reis
Door een ontdekking van 1776 werd James Cook opnieuw in de gaten gehouden door de Britse overheid. In plaats van dat hij slechts eiland en bergtoppen mocht verkennen, was nu ook het bestuderen van regenwoudsplanten en zeldzame vogels gevolgd.
Door een combinatie van de zeer goede navigatieve kennis door John Byron uit 1767-1772, kwam hij er op zijn eigen hand voor te zorgen dat in vier maanden twee keer met behulp van slechts drie schepen het Noorden bereikt werd. Er waren dan ook niet meer dan vijf mensen nodig om over de top van het continent heen naar het Nieuwe Werk toe te gaan.
De resultaten bleken erg goed uit: in totaal was ongeveer 15% van alle kaartbeschrijving van handelen gebeurd met slechts twee mannen en een kleine boot, waarbij ze dan ook niet noodzakelijk de kust mochten bezoeken.